Wat is natuurgeneeskunde?

Natuurgeneeskunde is een verzameling van geneeswijzen die complementair zijn aan de reguliere geneeswijze, zoals Voetreflextherapie (voetmassages), Fytotherapie (kruidengeneeskunde), Acupunctuur (naalden in acupunctuurpunten), acupressuur (druk of massage van acupunctuurpunten) en Homeopathie.

Het basisprincipe van de natuurgeneeskunde is dat het gezondheid neemt als uitgangspunt. Daarmee richt het zich op het stimuleren van het zelfgenezend vermogen van het lichaam en het bevorderen van de gezondheid.

Een belangrijk verschil tussen Westerse geneeskunde en Natuurgeneeskunde is dat Natuurgeneeskunde zich richt op het bevorderen van de gezondheid en gebruik maakt van natuurlijke middelen om het lichaam te ondersteunen in het proces van herstel en balans, terwijl Westerse geneeskunde zich richt op de ziekte en het elimineren van ziekmakers door gebruik te maken van o.a. medicijnen en chirurgie.

Als de omstandigheden niet meer optimaal zijn, kunnen ziekten ontstaan. Ziekten worden door natuurgeneeskundigen gezien als een signaal dat de balans in het lichaam verstoord is. Er wordt dan gekeken naar zowel lichamelijke als emotionele, mentale, spirituele en energetische omstandigheden. Die omstandigheden kunnen zowel interne factoren (groei, ontwikkeling, opvoeding, leeftijd of emotionele ervaringen) als externe factoren zijn (milieu, leefomstandigheden, virussen, bacteriën of ingrijpende gebeurtenissen zoals verlies van een baan of een overlijden).

Wanneer er onvoldoende vitaliteit en energie is om het lichaam op een natuurlijke manier te balanceren, kunnen ziekten ontstaan. De ziekte is dan een poging van het lichaam om toxische belasting te weren, te compenseren en de balans te herstellen.

Het onderdrukken van klachten en symptomen (met bijvoorbeeld medicijnen) schaadt de gezondheid, in plaats daarvan zal een natuurgeneeskundige de gezondheid stimuleren. Het doel hiervan is het herstellen van mentaal, emotioneel, spiritueel en energetisch evenwicht, het lichaam weer te voorzien van de energie en vitaliteit die ervoor zorgt dat het lichaam terug kan keren naar balans, waarmee ziekten voorkomen kunnen worden (of voorkomen kan worden dat de ziekte verergert).

De uitgangspunten die aan de Natuurgeneeskunde ten grondslag liggen, zijn terug te herleiden naar de tijd van Hippocrates (460-377 v. Chr.), die gezien wordt als de “vader” van de westerse geneeskunde.

  • Holistische zienswijze, de mens wordt benaderd vanuit het totale mens-zijn, er wordt gekeken naar de samenhang in het lichaam en naar de samenhang op het fysieke, emotionele, mentale, spirituele en energetische vlak.
  • Gezondheid bevorderen, alle therapieën en middelen zijn bedoeld om het lichaam te ondersteunen in zijn zelfgenezend vermogen.
  • Zelfgenezend vermogen, het lichaam heeft het vermogen om zichzelf te herstellen. Klachten, symptomen, ontstekingen en ziekten worden gezien als een poging van het lichaam om belastende stoffen en afvalstoffen kwijt te raken en daarmee de balans terug te vinden.
  • Detoxificatie, behandelingen zijn er op gericht om ontgiften te stimuleren. Ontgiften is nodig om het lichaam te ontdoen van (opgehoopte) toxines en afvalstoffen om het zo de kans te geven terug te keren naar gezondheid.
  • Constitutionele behandeling, een behandeling is gericht op de constitutie (de aanleg en het gestel) van de patiënt. Er wordt gestart met het behandelen van het symptoom waar iemand last van heeft, maar men behandelt altijd ook de onderliggende oorzaak zodat het symptoom niet meer ontstaat. Behandelingen en benodigde middelen zijn altijd patiëntvriendelijk.
  • Minimale interventie, met zo min mogelijk middelen een optimaal effect verkrijgen.
  • Cliënt participatie, er wordt uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. De rol van therapeut is begeleider en adviseur naar dat wat het lichaam al weet, aangeeft en laat zien in de vorm van symptomen en klachten.